Hospice-verhalen

Verhaal 2

 

Het is tegen zevenen in de ochtend en ik loop naar de hospice.
Vroege dienst.
Van de wacht hoor ik dat er die nacht een gast overleden is, eigenlijk nog maar net een uur geleden.
Er is nu familie bij.
Een uurtje later is de familie in de familiekamer.
En ik wip even bij de meneer naar binnen.
Ik sta bij zijn bed en er komen wat herinneringen van de laatste weken naar boven.
Zolang heb ik hem natuurlijk niet gekend, maar toch, met iemand "het laatste stukje" meelopen schept een speciaal soort band en ik vind het fijn om even alleen afscheid te nemen.

Tijd voor koffie.
Een gast belt. Laten we haar Sandra noemen. Zij wil ook graag een kopje koffie.
Als ik het haar breng, raken we aan de praat en ga ik even bij haar zitten..
En Sandra vertelt iets over de overleden gast. Hij was haar hospice-buurman.
Daardoor besef ik dat Sandra contact heeft gehad met deze gast, dat ze elkaar hebben leren kennen.
Ze vertelt dat ze hem een aardige man vond.
Opeens bedenk ik me dat, net als ik, Sandra het misschien ook wel fijn vindt afscheid te kunnen nemen.
Ik stel het haar voor. Daar moet ze even over nadenken.
Maar even later zegt ze dat wel graag te willen en ze vind het fijn als ik meega.
Ik ga eerst even kijken of het wat betreft de familie uitkomt en haal daarna Sandra op.
Samen gaan we de kamer binnen, Sandra in de rolstoel.
Ze wil hem graag even aanraken, dus ik draai de rolstoel vlak naast het bed.
Heel teder aait ze zijn gezicht en ze haalt wat herinneringen aan hem op.
We zitten nog even in stilte bij het bed en dan geeft Sandra hem een laatste aai en gaan we terug naar haar eigen kamer.
Ze wil dat ik muziek opzet, muziek waarvan ze weet dat haar buurman daarvan hield.
En ze wil dat ik blijf.
In stilte luisteren we samen naar prachtige klassieke muziek.
Wat een prachtig afscheid en wat mooi om dit samen zo te kunnen en mogen doen.
Het ontroert me.
Dan is de muziek afgelopen en sta ik op.
Spontaan geef ik Sandra een zoen op haar wang en bedank haar voor dit bijzondere moment van afscheid, dat ik dat met haar mocht delen.
Ze antwoord met een goeie grap.
We zijn weer in de dagelijkse realiteit.
Maar eventjes, was er toch iets anders.....

Verhaal 1

 

Mw. L is nog steeds bij ons, vertelt de verpleegkundige. Er klinkt verbazing in haar stem door.
En daar ben ik dan weer verbaasd over. Een paar dagen geleden was ik nog bij haar en hebben we wat gebabbeld over de smaak van het eten, het wennen aan het hospice.
Ik ga maar eens bij haar kijken. Al van buiten de kamer hoor ik haar ademhaling, heel regelmatig, maar ik hoor ook dat het haar moeite kost.
Mevrouw ligt in bed met haar ogen dicht en stilletjes ga ik bij haar zitten. Ze wordt niet wakker.
Het is stil, alleen de cadans van haar ademhaling is hoorbaar. Ik zit een tijdje en zak langzaam in de rust. Ik herinner me van een paar dagen geleden dat mevrouw niet van de stilte hield. De radio aan op de achtergrond vond ze fijn. Ook had ik het gevoel dat ze het fijn vond als ik geregeld bij haar binnenwipte en haar "in de gaten" hield. En ze had het warm, mijn koude handen vond ze heerlijk.
Veel herinneringen heb ik niet aan deze vrouw, maar ze komen wel allemaal naar boven terwijl ik naast haar zit.
Ik vind het fijn om bij haar te zitten. Hoewel ze zelf geen contact meer zoekt, weet ik niet wat ze hoort en ziet en voelt. Omdat ik vermoed dat ze het fijn vind, blijf ik bij haar.
Heel subtiel verandert haar ademhaling, de cadans gaat eruit. Ook maakt ze meer geluid.
Ik zou het als kreunen kunnen interpreteren, maar is het dat? Misschien is het alleen maar een geluidje.
Dan merk ik dat ik bezig ben met de plek waar ik het beste kan zitten.
Is dat vlakbij mevrouw? Of voelt het beter haar wat meer ruimte te geven?
Ik ga op de bank zitten.
Hoe lang zou het duren voor er geen ademhaling meer komt?
Haar dochter zou komen, hopelijk op tijd. Of zou mevrouw willen gaan als ze alleen is?
Hou ik haar tegen? Of juist niet?
Veel vragen. Ik kan ze laten opkomen en weer laten gaan. Ik weet het niet wat goed is, ik kan
alleen maar voelen en kijken wat ik blijkbaar doe.
Dan is het bijna elf uur, bijna het einde van mijn dienst en dan komt haar dochter binnen samen met haar man.
Ik ben blij dat ze er is en sta op om hen beiden alle ruimte te geven om ook zo lekker bij haar moeder te zitten.
Dan kijk ik naar de dochter en zie haar gezicht vertrekken, "wat akelig" zegt ze.
Wat jammer, denk ik.
En ik denk na over wat ik kan doen/kan zeggen om de dochter toch zo rustig en open mogelijk
bij haar moeder te laten zijn.
Ik stamel nog wat dingen die eigenlijk beter niet gestameld hadden moeten worden en ga dan naar de huiskamer.
Mijn dienst zit erop, ik draag mijn ervaringen over.
Dan moet ik het loslaten en vertrouwen dat het goed komt, hoe dat goed er ook uitziet.
En ik besef dat dat precies is wat mevrouw en haar dochter, ieder op eigen wijze ook te doen staat.
Een paar uur later overlijdt mevrouw in het bijzijn van haar dochter en schoonzoon.

 

De naam van mijn praktijk is INTI. Dat betekent "zon" in het Quechua, de oude Inca-taal. De zon geeft energie, maakt licht wat donker is en geeft warmte.